Afvallen, algemen informatie
Waarom worden mensen dik? Omdat ze meer eten dan ze aan energie verbruiken en mogelijk het nadeel hebben dat ze er aanleg voor hebben. Het is vreemd dat de meeste mensen gedurende langere tijd in staat zijn hun gewicht constant te houden. Hiervoor moeten we namelijk elke dag evenveel eten als we verbruiken. Anders gezegd: een neutrale balans tussen energie-inname en -verbruik.Niet iedereen wordt dik en mensen met een aanleg tot overgewicht worden niet tot in het oneindige zwaarder. Er bestaat een regelsysteem om een gegeven lichaamsgewicht te handhaven. Het lichaam reageert op een negatieve energiebalans (de inname is geringer is dan het verbruik) met een aanpassing van de stofwisseling. Het energieverbruik in rust daalt, we gaan minder verbranden. De eetlust wordt sterk gestimuleerd. Het effect van de negatieve energiebalans wordt dus zoveel mogelijk tenietgedaan. De grote effectiviteit van dit systeem kan verklaren waarom afvallen voor veel mensen zo moeilijk is.
Er wordt veel geschreven over overgewicht. Een nieuw dieet en zeker een nieuwe pil kunnen rekenen op veel belangstelling. Overgewicht wordt vaak gezien als een cosmetisch probleem. Maar overgewicht is ook en vooral een psychosociaal en medisch probleem. In bijvoorbeeld Scandinavië is aangetoond dat dikke mensen sociaal gezien in het nadeel zijn in vergelijking met mensen met een normaal gewicht. Ten opzichte van mensen met een normaal gewicht hebben mensen met overgewicht een verhoogde kans op het ontwikkelen van ziekte. Voor hart- en vaatziekten en voor type II diabetes mellitus (vaak ouderdomssuikerziekte genoemd) is dit risico sterk verhoogd.
Maar vet is niet alleen maar slecht. Vrouwen die geen vet hebben, menstrueren niet en zijn dus niet vruchtbaar. Kennelijk is er een bepaalde energievoorraad noodzakelijk om zwanger te kunnen worden. Deze vetverdeling heeft geen relatie met het verhoogde risico op ziekten. Een andere belangrijke eigenschap van vet is dat het botontkalking kan verminderen.
Het is niet zozeer het overgewicht zelf dat de risico's bepaalt, maar vooral de plaats waar het teveel aan vet zit. De man of vrouw met de dikke buik of met centrale adipositas heeft het vet op de 'verkeerde' plaats zitten. Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat buikvet correleert met een sterk verhoogde kans op hart- en vaatziekten en type II diabetes mellitus. Hoe deze relatie precies tot stand komt, is nog niet bekend.
Moet overgewicht worden tegengegaan? Een te hoog cholesterolgehalte en hoge bloeddruk worden behandeld, omdat we weten dat zij een verhoogd risico vormen voor hart- en vaatziekten. Centrale adipositas vormt een vergelijkbaar risico voor deze ziekten, waarbij de kans op type II diabetes mellitus veertig keer zo groot is als bij een normaal gewicht. Behandelen van overgewicht heeft zin: het verminderen van het lichaamsgewicht met 10 procent doet de kans op ziekte dalen.
De dokter bepaalt niet wat mooi is en voor de algemene gezondheidszorg is een strakke bevolking op het strand geen doelstelling. Minder dikke buiken zullen zich in de toekomst echter wel vertalen in minder mensen met type II diabetes of hart- en vaatziekten. Behandelen heeft dus zin, maar de manier waarop verschilt per mens.
